Terug
Samen leven

Ik koop bij de plaatselijke drogist. Ze kennen mij door corona nu bij naam.

De 72-jarige Theo Aarsen is een vitale senior. “Na mijn pensioen ben ik blijven leven in het tempo dat ik had. Dat zat in mijn lijf. Zeven jaar lang heb ik met mijn vrouw muziekvoorstellingen verzorgd in Alzheimercafé’s en verzorgingshuizen. Die noemen we muziekbonbons. Zij zingt en ik doe de begeleiding – op mijn computer. Voor corona deed ik mee aan de tafeltenniscompetitie. Nu binnen sporten niet mag, ben ik gaan golfen. Verder ben ik stadsgids en heel actief in de plaatselijke kunstenaarsvereniging. Het leuke is dat ik heel veel blijf leren.”

“Omdat we ons aan de regels houden hebben mijn vrouw en ik minder contacten. Het gevolg is dat we minder vaak verkouden zijn dan voor de coronatijd. We voelen ons gezonder dan ooit. De mantelzorg die we al gaven, geven we nog steeds - natuurlijk niet meer met zijn tweeën tegelijk.”

“Mijn zoon werkt nu in zijn eentje thuis. Die komt soms een paar dagen naar ons. Dan koken we met zijn allen. Hij lijdt onder de coronamaatregelen. Ik heb zes zussen en we zien elkaar nu veel minder. Daarom hebben we een app groepje opgericht, zo hebben we toch zeker twee keer per week contact. Social media hebben mij best veel gebracht.”

”Het emotioneert me om te zien hoe hard ondernemingen en winkels van jonge mensen geraakt worden. Met al die beperkingen is het voor deze zaken wel moeilijk om te overleven. We bestellen 1 à 2 keer per maand bij de plaatselijke Griek, boeken bestellen we bij de boekhandel en ze kennen mij door corona nu bij naam bij de plaatselijke drogist. Dat lokale kopen gaan we voortzetten.”

“Met het tempo waarmee we vaccineren, kan het wel tot oktober duren voor we allemaal zijn gevaccineerd. Toch verveel ik me geen moment. Ik doe wat ik leuk vind. Ik ben een boek aan het schrijven over een kunstenaar uit onze gemeente. Corona heeft me leren onthaasten. Nu kijk ik ’s avonds naar het acht uur journaal en doe daarna niks meer.”

Theo Aarsen, gepensioneerd

Wat is jouw idee? Wat vindt Nederland?